De kinderen benoemen materialen en instrumenten.
Inhoud: (werk)materialen en -instrumenten benoemen
Doelstellingen
- De leerlingen kunnen (werk)materialen en -instrumenten correct benoemen.
- De leerlingen kunnen de functie van bepaalde (werk)materialen en -instrumenten omschrijven.
- De leerlingen kunnen demonstreren hoe bepaalde (hand)instrumenten uit de tuin gehanteerd worden.
- De leerlingen kunnen ervaren dat een correcte naamgeving ook de efficiëntie tijdens het werk verhoogt.
Eindtermen en leerplandoelen
Eindtermen
- Wet. & techniek
- 2.1
- 2.2
- Taal
- 2.8
ZILL
- IVzv3
- OWte3
- TOtg5
OVSG
- Wereldoriëntatie
- IDW nav 1 B.11
- IDW tec 1 B.10
- Taal
- NED mot 3 B.24
GO!
- Wereldoriëntatie
- 33201
- 33206
- Taal
- 11301
- spelkaartjes voor outdoor game (zie downloads)
- kruiwagen met echt materiaal (schroef, schroevendraaier, priem, bout, moer, steeksleutel, tuinkrabber, hark, schoffel, schop, spade, evt. plug)
1. Zo gaat het werk niet vooruit…
AUTHENTIEKE CONTEXT
We starten met een stukje improvisatie (in de vorm van een mimetoneeltje).
SITUATIE : Een aantal werkmannen/-vrouwen zijn in groep aan het werk. De omheining moet versterkt worden, de tuin moet voorbereid worden voor een nieuwe aanplant, er moet een put gegraven worden,…
Verzin maar en laat je inspireren door het materiaal in de kruiwagen (en de locatie waar je het toneeltje gaat spelen).
THEMA/CLIMAX : Het werk vordert helemaal niet, want telkens als een werkman/vrouw een bepaald soort materiaal nodig heeft, blijkt de aangever aan te draven met de verkeerde soort. Hoe zal dit aflopen ?
DENK- en DOEVRAGEN
Laat de kinderen eerst de situatie beschrijven. Motiveer ze om de juiste technische woordenschat te gebruiken.
- Wat liep er verkeerd ? (de werkmannen/vrouwen verloren kostbare tijd, omdat de aangever niet wist welke materialen gevraagd werden)
- Hoe kunnen we dat vermijden ? (we zouden onze woordenschat rond materialen moeten verRIJKen)
- Wat is er verder nog nodig ? (De juiste naam is belangrijk. We moeten natuurlijk ook weten waarvoor de werkmaterialen dienen en hoe we ze moeten hanteren.)
2. Alles om je heen heeft een naam
SYSTEMATISCH ONDERZOEK
Laat nu een paar kinderen een instrument uit de kruiwagen halen. Laat ze vertellen hoe het heet, waarvoor het dient en hoe het gehanteerd moet worden.
- Wat kennen we reeds ?
- Waarvoor dient dit instrument ?
- Welke onderdelen kun je benoemen ? Uit welke materialen zijn die onderdelen gemaakt ? (plastic, metaal)
- Hoe moeten we dit instrument gebruiken ? Hoe weet je dat ? Welke onderdelen hebben een bepaalde vorm/kleur die ons helpen om het instrument correct te gebruiken ?
VOORBEELD : Een schop is geen spade en een spade is geen schop.
Welke instrumenten/materialen blijven over ?
De resterende niet-benoemde, fout gehanteerde instrumenten/materialen passeren nu de revue. Verdeel het gamma zodat iedereen eens aan de beurt komt.
3. Een spelletje TUINslag
Kennen we nu de namen ? Kunnen we de werkinstrumenten herkennen ?
We zullen het snel weten via een MEMORY (een soort zeeslag).
Kopieer daarvoor de kaartjes in bijlage dubbel. Je kunt ervoor opteren om de namen niet of onvolledig (bijv. enkel medeklinkers) af te drukken.
De wind kan bij dergelijke spelen een serieuze spelbreker zijn. Kaartjes vliegen op, kaartjes verdwijnen en het spel moet bij elke windstoot hervat worden.
Het is handig als je kunt beschikken over plankjes met daarop doorzichtige hoesjes. Op die manier hoef je de kaartjes niet te plastificeren en door het gewicht van het plankje krijgt de wind geen kans op spelbederf.
De groep kinderen wordt in twee of drie groepen verdeeld.
De 24 kaartjes worden omgekeerd op het speelveld (matrixveld) gelegd (4 kolommen van zes kaartjes). Van elk kaartje zijn er twee.
Op de horizontale as zetten we letters (A-D). Verticaal komen de cijfers (1-6).
Om beurt mag één lid van elke groep twee kaartjes benoemen (eerste horizontale as, daarna verticale as). Zijn deze twee kaarten dezelfde, dan haalt de groep een punt. Indien niet, dan worden de kaartjes terug omgedraaid.
De groep die een goed antwoord geeft, mag een extra beurt nemen.
Als alle kaartjes zijn omgedraaid, dan is het spel afgelopen… en dan kunnen de behaalde punten geteld worden.
Een variant kan zijn dat de bladeren maar één keer worden afgedrukt, en dat de memory gaat over het zoeken van de term en de bijhorende afbeelding. Op die manier controleer je of ze de correcte benaming bij de correcte foto kunnen plaatsen.
TRIGGER
Hierna kunnen de kinderen best wel aan het werk.
Als er tuinwerk verricht moet worden, dan is het ideaal om de geleerde begrippen te herhalen.
Wellicht zijn er nog andere tuinmaterialen die tijdens het werk gebruikt worden. Ken je ook deze na(a)m(en) ? Of misschien kun je hen met deze trigger naar huis sturen ?
4. Nabespreking
REFLECTIE en INTERACTIE
Tijdens de reflectie worden de taken nog eens overlopen en op kwaliteit geëvalueerd. (Hoe verliep het werk ? Wie had hulp nodig ? Hoe heb je dat geregeld ? Hoeveel tijd was er voor die taak nodig ?...)
En uiteraard wordt er tijd gemaakt om het gebruikte tuingereedschap schoon te maken en op te bergen, want ‘Goed onderhoud zorgt voor een lang leven.’
Bij spades, tuinkrabbers, schoffels, harken, rieken en plantschoppen kan je het vuil eenvoudig verwijderen met een (staal)borstel. Smeer de metalen onderdelen ook regelmatig in met wat huishoudolie om de oppervlakken glad en glanzend te houden. Houten stelen en handvaten zet je best twee keer per jaar in lijnzaadolie.
Tuin- en ander gereedschap
- bout en moer vormen één geheel, beiden worden vastgedraaid met een steeksleutel of ringsteeksleutel
- schroef : wordt meestal in hout (of in beton) vastgemaakt, m.b.v. een schroevendraaier. In beton wordt vooraf een plug bevestigd.
- priem : dient om in het hout een gaatje te maken, zodat de schroef makkelijker kan ingedraaid worden
- hark : dient voor het verkruimelen (fijn maken) van de grond
- schoffel : dient vooral om (on)kruid los te maken
- tuinkrabber : dient om de grond te woelen tussen bloemen en planten